Uitspraak
200509851/1) doet de omstandigheid dat de mast op zichzelf geschikt is voor
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Gorssel verleende in 2003 een vrijstelling en bouwvergunning voor een antennemast op een perceel aan de Flierderweg te Eefde. Het college van Lochem, als rechtsopvolger, handhaafde dit besluit in 2006 na bezwaar van een omwonende. De rechtbank verklaarde het beroep van de omwonende ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan, maar dat het college terecht vrijstelling had verleend op grond van artikel 19 WRO Pro. De ruimtelijke onderbouwing was voldoende, mede omdat het plan planologisch aanvaardbaar werd geacht en het streekplan geen nadere eisen stelde voor masten in het buitengebied. De Raad verwierp het betoog dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de noodzaak van de mast en alternatieve locaties, aangezien de dekkingskaarten van Orange voldoende inzicht boden en het college aannemelijk had gemaakt dat de gekozen locatie landschappelijk het beste paste.
Ten slotte oordeelde de Raad dat de vergunning uitsluitend betrekking had op een GSM-antenne en dat het college geen rekening hoefde te houden met gezondheidsrisico's van UMTS-straling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de antennemast wordt bevestigd.