Uitspraak
200510398/1, ligt ten grondslag dat het de bedoeling van de raad is dat ter plaatse acht woningen worden gebouwd, terwijl het college in dat bestreden besluit was uitgegaan van vier. De Afdeling heeft hierin aanleiding gezien het goedkeuringsbesluit, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Wonen" aan de gronden ten zuiden van de percelen [locaties 2], te vernietigen, omdat het niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand was gekomen.
200510398/1, volgt dat de geplande woningbouw geen gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering van [appellante sub 1]. Volgens de raad heeft de nadien in werking getreden Wgv evenmin gevolgen voor de bedrijfsvoering. Vast staat dat [appellante sub 1] een milieuvergunning is verleend voor de bedrijfsactiviteiten op dit perceel. De in werking getreden Wgv kan niet tot intrekking of aanscherping van die vergunning leiden, zodat de inwerkingtreding van die wet in zoverre geen gevolgen heeft voor de vergunde bedrijfsactiviteiten van [appellante sub 1]. Er bestaat derhalve geen aanleiding het door de raad ingenomen standpunt voor onjuist te houden.