Uitspraak
200602473/1) houdt elk van de brieven van 29 oktober 2004 onderscheidenlijk 2 september 2005 een publiekrechtelijke rechtshandeling en daarmee een besluit in als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Thans bestaat geen aanleiding om tot een ander oordeel daaromtrent te komen.