ECLI:NL:RVS:2007:BB9998
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- D. Roemers
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling passendheid woonruimte door COA bij huisvesting vreemdeling met bijzondere omstandigheden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van het COA vernietigde om verstrekkingen te beëindigen wegens weigering van aangeboden woonruimte. De vreemdeling had aangegeven familie in Arnhem te hebben en verzocht om plaatsing in die gemeente of regio. Het COA bood woonruimte aan binnen een straal van 50 kilometer rondom Arnhem, namelijk in Lochem, op circa 47 kilometer afstand.
De vreemdeling bracht psychische klachten naar voren, maar deze waren niet vermeld op het B6-formulier waarop het woonplaatsverzoek was gebaseerd. Het COA kon daarom geen rekening houden met deze klachten bij het aanbod van woonruimte. Het COA motiveerde in het besluit van 1 februari 2007 dat het aanbod passend was, mede omdat rekening was gehouden met de mantelzorgbehoefte binnen de straal van 50 kilometer.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het COA had het aanbod woonruimte passend kunnen achten binnen het geldende beleid. Er was geen grond om aan te nemen dat het COA onredelijk had gehandeld. Ook het beroep op het Verdrag inzake de rechten van het kind werd verworpen wegens gebrek aan directe toepasbaarheid.
De Raad van State bevestigde daarmee de beleidslijn dat persoonlijke woonwensen slechts in bijzondere omstandigheden worden meegenomen en dat een straal van 50 kilometer rondom de gemeente als passend wordt beschouwd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van het COA is ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van verstrekkingen blijft in stand.