ECLI:NL:RVS:2007:BB7199
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geloofwaardigheid asielrelaas en rechterlijke toetsing in vreemdelingenzaak
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een asielaanvraag had vernietigd. De kern van het geschil is de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas van de vreemdeling, met name de positieve overtuigingskracht van de feiten en de daaraan ontleende vermoedens over mogelijke vervolging bij terugkeer.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de beoordeling van de geloofwaardigheid en het realiteitsgehalte van het asielrelaas primair aan de staatssecretaris toekomt en dat de rechter slechts terughoudend mag toetsen. De rechtbank had volgens de Afdeling ten onrechte de elementen van het relaas los van elkaar beoordeeld en onvoldoende rekening gehouden met de positieve overtuigingskracht van het relaas als geheel.
De staatssecretaris had gemotiveerd betoogd dat het relaas niet geloofwaardig was, onder meer vanwege tegenstrijdigheden en ongeloofwaardige verklaringen over het lidmaatschap van de PKK, het verkrijgen van een paspoort en de periode van onderduiken. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank dit onvoldoende had meegewogen en dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond is.
Daarom wordt het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigt dat het relaas van de vreemdeling geen positieve overtuigingskracht heeft en dat het besluit van 14 juli 2006 tot afwijzing van de verblijfsvergunning terecht is genomen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.