Uitspraak
200406439/1(AB 2003, 207) is daarvoor niet beslissend of de overtreder eigenaar is van het bouwwerk waar de last op ziet, maar of hij het feitelijk in zijn macht heeft aan de lastgeving te voldoen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk legde appellante sub 2 een last onder dwangsom op om chalets van het type 'Zeearend' te verwijderen omdat deze zonder bouwvergunning waren geplaatst op het recreatiepark. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante sub 2 gegrond en schorste het handhavingsbesluit, maar stelde het college in de gelegenheid een nieuw besluit te nemen.
Zowel het college als appellante sub 2 stelden hoger beroep in bij de Raad van State. Het college betoogde dat de chalets geen caravans zijn zoals bedoeld in de Wet op de openluchtrecreatie (Wor) en dat het college bevoegd was tot handhaving. De Raad van State oordeelde dat de chalets door hun constructie en omvang niet geschikt zijn voor regelmatig vervoer en dus geen caravans zijn, waardoor een bouwvergunning vereist is.
Verder stelde het college dat appellante sub 2 als eigenaar van het terrein en vergunninghouder zeggenschap had over de chalets, maar de Raad van State verwierp dit en bevestigde dat alleen het college bevoegd is tot handhaving. Beide hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbeterde motivering.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en verklaart de hoger beroepen ongegrond.