Uitspraak
200600857/1.
200600857/1, heeft de Afdeling, beslissend op het hoger beroep van verzoeker sub 2, de uitspraak in zaak nr. AWB 04/618, van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 december 2005 bevestigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Raad van State
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een uitspraak van 6 september 2006, waarin het hoger beroep van een verzoeker werd behandeld over de weigering van een vergunning voor de exploitatie van een kindercentrum aan de Jan van Nassaustraat 115.
Verzoeker sub 1 stelde dat op grond van documenten verkregen via de Wet openbaarheid van bestuur bleek dat het college van burgemeester en wethouders van Den Haag onrechtmatig had gehandeld door met terugwerkende kracht BBL-ontheffingen te verlenen aan andere kindercentra, terwijl aan Familia Maxima B.V. een vergunning was geweigerd. Verzoekster sub 2 was geen partij in de oorspronkelijke procedure.
De Afdeling overwoog dat verzoekster sub 2 niet-ontvankelijk was omdat zij geen partij was in de oorspronkelijke zaak. Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de door verzoeker sub 1 overgelegde documenten en feiten redelijkerwijs vóór de oorspronkelijke uitspraak bekend hadden kunnen zijn en dat het niet tijdig opvragen hiervan voor zijn rekening kwam. Daarom was geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden die tot herziening konden leiden.
Het verzoek van verzoeker sub 1 werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 juli 2007.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van een verzoekster en het ontbreken van nieuwe feiten die tot herziening kunnen leiden.