ECLI:NL:RVS:2007:BA1214
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toepassing hardheidsclausule bij afwijzing verblijfsvergunning wegens medische situatie
De minister heeft aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft beoordeeld of de rechtbank het beleid omtrent de hardheidsclausule correct heeft toegepast, met name of het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) voldoende was toegesneden op de medische noodsituatie van vreemdeling sub 2. Uit de adviezen bleek dat medische behandeling in het land van herkomst mogelijk is en dat vreemdeling sub 2 onder begeleiding kan reizen, waardoor geen acute medische noodsituatie bij terugkeer hoeft te worden aangenomen.
De rechtbank had volgens de Afdeling ten onrechte geoordeeld dat het BMA-advies onvoldoende was toegesneden op de vraag naar het risico van een medische noodsituatie. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Tevens werd het standpunt van de vreemdelingen over de specifieke behandelmethode EMDR voor vreemdeling sub 1 verworpen, omdat het BMA had vastgesteld dat behandeling in het land van herkomst mogelijk is.
De Afdeling oordeelde dat de hardheidsclausule slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan worden toegepast en dat het beleid correct is gevolgd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 14 maart 2007.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunning worden ongegrond verklaard.