ECLI:NL:RVS:2015:3488
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat uitzetting vreemdeling niet achterwege blijft ondanks medische klachten
De staatssecretaris wees een aanvraag af om de uitzetting van een vreemdeling met een depressieve stoornis, PTSS en zwakbegaafdheid achterwege te laten. De vreemdeling was onder behandeling en afhankelijk van intensieve begeleiding. De rechtbank oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, omdat het gebruikte BMA-advies onvoldoende toegespitst was op de specifieke situatie van de vreemdeling.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat het BMA-advies wel degelijk zorgvuldig en inhoudelijk voldoende was, waarbij de specifieke klachten van de vreemdeling waren betrokken. De Raad van State bevestigde dat de toetsing aan het BMA-advies beperkt is tot de zorgvuldigheid en inhoudelijke inzichtelijkheid van het advies, en dat het BMA-advies en de BMA-nota adequaat waren.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat het BMA-advies een voldoende grondslag kan vormen voor besluiten omtrent medische aspecten bij uitzetting.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, waardoor de uitzetting niet wordt achterwege gelaten.