ECLI:NL:RVS:2007:AZ8449
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens tewerkstelling zonder vergunning
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een bestuurlijke boete op omdat hij vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid liet verrichten. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij niet als werkgever in de zin van de Wav kon worden aangemerkt, omdat hij noch zijn echtgenote opdracht of toestemming had gegeven voor de werkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad overwoog dat de wet onder werkgever verstaat degene die feitelijk arbeid laat verrichten door vreemdelingen en daarvoor verantwoordelijk is. Uit het boeterapport en verklaringen van de vreemdelingen bleek dat zij in opdracht van appellant schilderwerkzaamheden hadden verricht zonder vergunning.
De Raad vond de stelling van appellant dat de verklaringen onder druk waren afgelegd niet aannemelijk en wees de door appellant overgelegde latere verklaringen zonder directe inspecteursbetrokkenheid af. Het feit dat appellant de vreemdelingen niet had betaald, deed niet af aan zijn kwalificatie als werkgever. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; bestuurlijke boete wegens tewerkstelling zonder vergunning bevestigd.