ECLI:NL:RVS:2006:AZ5997
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Legitimatieplicht bij binnentreden en rechtmatigheid vreemdelingenbewaring
De zaak betreft een hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die de vreemdelingenbewaring van een vreemdeling had opgeheven en schadevergoeding had toegekend. De Raad van State vernietigt deze uitspraak omdat de rechtbank ten onrechte de belangenafweging van de minister heeft vervangen door een eigen oordeel.
De vreemdeling stelde dat het binnentreden in zijn caravan onrechtmatig was omdat de agent zich niet had gelegitimeerd voorafgaand aan het binnentreden. De Raad bevestigt dat de legitimatieplicht uit artikel 1, eerste lid, van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) onverkort geldt, ook als de agent in uniform is en toestemming is gegeven.
De Raad beoordeelt vervolgens de rechtmatigheid van de opgelegde vreemdelingenbewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Gezien het feit dat de vreemdeling ongewenst is verklaard, zich niet aan de vertrektermijn heeft gehouden en geen middelen van bestaan heeft, is de bewaring gerechtvaardigd. Het beroep van de vreemdeling wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de opgelegde bewaring blijft in stand.