ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2105
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.M.A.G. van Valderen
- K.H.A. Heenk
- S.W. Knoop
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting na onrechtmatig binnentreden in mensenhandelzaak
De rechtbank Zutphen behandelde een zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensenhandel met twee slachtoffers, waaronder een minderjarige. De tenlastelegging betrof het werven, vervoeren, huisvesten en uitbuiten van slachtoffers met dwang, geweld en misleiding.
Tijdens het onderzoek traden politieambtenaren de woning van verdachte binnen zonder zich voorafgaand te legitimeren en zonder het doel van het binnentreden te vermelden, wat een schending van artikel 1, eerste lid, van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) opleverde. De rechtbank oordeelde dat dit een onherstelbaar vormverzuim was volgens artikel 359a Sv, waardoor alle bewijsmiddelen verkregen na dit binnentreden moesten worden uitgesloten.
Door deze bewijsuitsluiting was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om verdachte te veroordelen voor de tenlastegelegde feiten. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij. Daarnaast werd de vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard, omdat de strafrechter bij vrijspraak niet toewijzend kan zijn en het slachtoffer zich tot de burgerlijke rechter moet wenden.
De rechtbank wees tevens op het belang van legitimatie en het mededelen van het doel bij binnentreden door opsporingsambtenaren, ook als zij in uniform zijn, conform jurisprudentie van de Raad van State. De uitspraak benadrukt de sanctie van bewijsuitsluiting bij schending van fundamentele waarborgen in het strafproces.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens bewijsuitsluiting na onrechtmatig binnentreden door politie.