ECLI:NL:RVS:2006:AW7331
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- D.A.C. Slump
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten minister over maximumprijzen Norvasc wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft het hoger beroep van Pfizer BV tegen besluiten van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waarin de maximumprijzen van Norvasc 5 mg en 10 mg werden vastgesteld. De minister had bij besluiten in 2003 en 2004 de prijzen vastgesteld op basis van referentielijsten, waarbij geneesmiddelen met de AV-status werden betrokken ondanks dat deze mogelijk uit de handel waren.
Pfizer stelde dat de minister onzorgvuldig had gehandeld door niet zelf te onderzoeken of de geneesmiddelen daadwerkelijk uit de handel waren en dat de bewijslast ten onrechte op Pfizer werd gelegd. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister de beslissingen op bezwaar onvoldoende had gemotiveerd, met name over de wijze waarop Pfizer aannemelijk kon maken dat Norvasc uit de handel was.
De Raad van State stelde dat het uitgangspunt is dat geneesmiddelen op de referentielijst worden betrokken bij de prijsbepaling, tenzij aannemelijk is gemaakt dat ze niet meer aan consumenten worden geleverd. De minister had pas in hoger beroep verduidelijkt dat een representatief onderzoek onder apothekers en groothandelaren, ondersteund door een accountantsverklaring, voldoende is. De eerdere beslissingen op bezwaar waren onvoldoende gemotiveerd en moesten worden vernietigd.
De minister werd veroordeeld tot het nemen van nieuwe besluiten met inachtneming van deze uitspraak en tot vergoeding van proceskosten aan Pfizer. De zaak werd openbaar uitgesproken op 3 mei 2006.
Uitkomst: De besluiten van de minister over de maximumprijzen van Norvasc zijn vernietigd wegens onvoldoende motivering en de minister is veroordeeld tot het nemen van nieuwe besluiten met inachtneming van deze uitspraak.