ECLI:NL:RVS:2001:AA9961
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van Wet geneesmiddelenprijzen en Regeling maximumprijzen geneesmiddelen op grond van EG-Verdrag en Transparantierichtlijn
De zaak betreft het hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank over de Wet geneesmiddelenprijzen (WGP) en de Regeling maximumprijzen geneesmiddelen (RMG). Appellanten stelden dat deze regelingen in strijd zijn met artikel 28 van Pro het EG-Verdrag en dat de Transparantierichtlijn niet correct is geïmplementeerd.
De Raad van State overwoog dat de WGP en RMG maatregelen zonder onderscheid zijn die gelden voor zowel nationale als ingevoerde geneesmiddelen, en dat volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EG dergelijke maatregelen niet strijdig zijn met artikel 28 EG Pro, tenzij ingevoerde producten niet met redelijke winst kunnen worden afgezet. De minister heeft terecht de betekenis van redelijke winst toegepast en de rechtbank heeft niet onjuist geoordeeld dat de WGP de afzet van ingevoerde geneesmiddelen niet zodanig bemoeilijkt.
Verder is geoordeeld dat de Transparantierichtlijn niet volledig correct is geïmplementeerd, omdat de WGP geen procedure bevat voor het op verzoek vaststellen van hogere maximumprijzen. Dit leidt echter niet tot vernietiging van de uitspraken, omdat appellanten, behalve één, geen verzoeken om verhoging hebben ingediend. De nieuwe berekeningsmethode van de minister is in overeenstemming met de WGP en de minister heeft terecht prijzen van generieke geneesmiddelen in referentielanden betrokken bij de prijsberekening.
Ten slotte is het hoger beroep ongegrond verklaard en zijn de aangevallen uitspraken bevestigd, met enkele verbeteringen in de motivering.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraken van de rechtbank over de WGP en RMG.