Novartis Pharma B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister voor Medische Zorg waarin de maximumprijs voor het geneesmiddel Gilenya-capsule 0,5mg is vastgesteld op €60,54136500 per stuk. De kern van het geschil betreft de vraag of bij de prijsberekening terecht rekening is gehouden met twee parallel geïmporteerde geneesmiddelen uit Duitsland die volgens Novartis feitelijk niet beschikbaar zijn.
Novartis stelde dat deze geneesmiddelen niet geleverd kunnen worden en daarom niet in de berekening betrokken mogen worden. Zij voerde aan dat de verkoopcijfers verwaarloosbaar zijn en dat de geneesmiddelen de status “Nicht lieferbar” of “Nicht Geführt” hebben. Verweerder stelde dat de geneesmiddelen niet de AV-status hebben en daarom wel in de prijslijst mogen worden meegenomen.
Het College overwoog dat volgens eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State alleen geneesmiddelen met de AV-status buiten beschouwing mogen worden gelaten. De overgelegde gegevens van Novartis toonden niet aan dat de voorraden definitief zijn uitgeput of dat de geneesmiddelen permanent uit de handel zijn genomen.
Daarom is het College van oordeel dat de Minister terecht de betreffende geneesmiddelen heeft betrokken bij de prijsberekening en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.