ECLI:NL:RVS:2006:AW2293
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- M. van Hulst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van geen bezwaar na hernieuwd veiligheidsonderzoek bij Defensie
De Minister van Defensie stelde een hernieuwd veiligheidsonderzoek in naar appellant en kondigde het voornemen aan om de verklaring van geen bezwaar in te trekken. Appellant werd op grond van eerdere veroordelingen en de beleidsregels van Defensie geconfronteerd met intrekking van deze verklaring.
De rechtbank Middelburg vernietigde het besluit op bezwaar maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat de Minister bevoegd is de verklaring in te trekken indien onvoldoende waarborgen bestaan dat de betrokkene zijn plichten getrouw zal vervullen.
De beleidsregels schrijven voor dat bij bepaalde veroordelingen intrekking plaatsvindt. Appellant had veroordelingen wegens misdrijven waaronder een Opiumwet-overtreding. De Raad van State oordeelde dat de Minister de beleidsregels niet onredelijk heeft toegepast en dat het tijdsverloop geen bijzondere omstandigheid vormt om hiervan af te wijken.
Ook het functioneren van appellant en het verlies van de functie door intrekking zijn geen bijzondere omstandigheden. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verklaring van geen bezwaar bevestigd.