Uitspraak
200204310/1heeft overwogen, dat deze woningen voor de uitleg van artikel 8.2.8 van de planvoorschriften nog steeds als agrarische dienstwoning behorende bij het perceel dienen te worden aangemerkt.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede weigerde op 22 mei 2003 een bouwvergunning en vrijstelling voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning op een perceel met agrarische bestemming. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep tegen deze weigering gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de bouwaanvraag had moeten aanmerken als een verzoek om vrijstelling op grond van artikel 19 WRO Pro, maar dit niet had gedaan. Hierdoor was het besluit onrechtmatig. De rechtbank had ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten, terwijl het college nog niet over de vrijstelling had beslist.
De Raad van State vernietigde daarom het bestreden deel van de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe beslissing door het college over het verzoek om vrijstelling en bouwvergunning.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden deel van de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens het ontbreken van een besluit over de vrijstelling.