Uitspraak
200300829/1(AB 2004, 143) dat er een bijzondere verhouding bestaat tussen de Wob en de procedure welke geldt voor het opvragen van stukken tijdens een civielrechtelijke procedure. Derhalve meent appellant dat bij de beoordeling van onderhavig geschil betekenis toekomt aan het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 december 2004 in de zaak van de gemeente tegen Sotel met rolnr. C0300557/BR, voor zover daarin is overwogen dat Sotel onvoldoende belang heeft bij het verzoek van Sotel aan het hof om op de voet van artikel 22 Rv Pro de gemeente te gelasten bepaalde bescheiden over te leggen.
200300829/1heeft de Afdeling geoordeeld dat in artikel 28 Rv Pro een bijzondere regeling voor openbaarmaking is vervat met een uitputtend karakter. De rechtbank heeft onderhavig geschil evenwel terecht getoetst binnen het wettelijk kader van de Wob. Het op de Wob gebaseerde verzoek van Sotel heeft geen betrekking op informatie, waarom op grond van artikel 28, tweede lid in samenhang met het derde lid, Rv kan worden verzocht. Artikel 22 Rv Pro behelst, anders dan artikel 28 Rv Pro, niet een openbaarmakingsregeling. Artikel 22 Rv Pro betreft de instructie van een civiele procedure en richt zich uitsluitend tot procespartijen. Op grond van dat artikel genomen beslissingen zijn dan ook niet bepalend voor besluitvorming op een verzoek ingevolge de Wob.