ECLI:NL:RVS:2005:AU5867
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- R.E.A. Matulewicz
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen intrekking jachtakte seizoen 2004/2005
Bij besluit van 10 juni 2004 werd aan wederpartij de jachtakte voor het seizoen 2004/2005 ingetrokken en een nieuwe jachtakte geweigerd. Appellant, de korpschef van de politieregio Utrecht, verklaarde het bezwaar van wederpartij tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank Utrecht oordeelde op 18 februari 2005 dat het beroep van wederpartij gegrond was, vernietigde het besluit op bezwaar en bepaalde dat appellant binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen. Tevens werd het besluit van 10 juni 2004 geschorst.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de behandeling stelde wederpartij dat appellant geen belang meer had bij het hoger beroep omdat het jachtseizoen inmiddels was geëindigd op 31 maart 2005. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was omdat de uitkomst van het geding geen toekomstig beslissingsbelang meer had.
De Raad van State veroordeelde appellant tot vergoeding van de proceskosten van wederpartij, bestaande uit de kosten van rechtsbijstand door een derde, ter hoogte van € 644,00. Het vonnis werd uitgesproken door een enkelvoudige kamer op 9 november 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep van de korpschef is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.