ECLI:NL:RVS:2005:AU2620
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gemeente over onderhoud zandpad Mûntsegroppe wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel om het zandpad de Mûntsegroppe in goede staat te brengen, omdat het pad vaak onberijdbaar was. Het college stelde dat het onderhoud voldoende was en verwees naar compenserende maatregelen voor het slecht begaanbare zuidelijke deel. Het college verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze mededeling ongegrond. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de mededeling van het college geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro was, omdat het een weigering tot feitelijk handelen betrof zonder publiekrechtelijk rechtsgevolg. Hierdoor was het bezwaar niet-ontvankelijk en had het college appellant als zodanig moeten behandelen. De rechtbank had dit miskend.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van het college vernietigd wegens ontbreken van een besluit in de zin van de Awb.