ECLI:NL:RVS:2005:AT9678
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen schadebesluit deken advocaten
Appellant verzocht de deken van de Orde van Advocaten om een schadebesluit wegens vermeende schade door het handelen van de deken in een klachtprocedure. Na het uitblijven van een tijdige beslissing maakte appellant bezwaar tegen het niet-beslissen en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op dat bezwaar. De deken verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en de rechtbank bevestigde deze beslissing en verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen eveneens niet-ontvankelijk.
In hoger beroep bij de Raad van State betoogde appellant dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. De Afdeling oordeelde dat het verzoek om schadevergoeding geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro betreft omdat het handelen van de deken feitelijk van aard is en niet gericht is op rechtsgevolg. Hierdoor is de bestuursrechter niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het schadebesluit, en is bezwaar tegen de afwijzing daarvan niet ontvankelijk.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen het schadebesluit is bevestigd.