ECLI:NL:RVS:2005:AT6588
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Ch.W. Mouton
- R. van Heusden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit last onder dwangsom wegens lozing perssappen en vergoeding proceskosten
Bij besluit van 29 januari 2004 legde het waterschap Aa en Maas appellanten een last onder dwangsom op wegens lozingen van perssappen in strijd met de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo). Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, waarop het waterschap bij besluit van 2 november 2004 het bezwaar deels gegrond verklaarde en de grondslag van het handhavingsbesluit aanpaste.
Appellanten stelden beroep in bij de Raad van State tegen het besluit van 2 november 2004 en tegen het uitblijven van een beslissing op hun verzoek om vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van het bezwaar hadden gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het waterschap ten onrechte had geweigerd deze kosten te vergoeden, omdat aan de vereisten van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was voldaan.
De Afdeling verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op het besluit van 2 november 2004, maar gegrond voor het overige. Het besluit van 23 februari 2005, waarin het waterschap het verzoek om vergoeding van de kosten afwees, werd vernietigd. Het waterschap werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellanten en tot terugbetaling van het griffierecht. De Afdeling bepaalde dat het waterschap niet opnieuw hoefde te beslissen op het verzoek om vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor het besluit van 2 november 2004, gegrond voor het overige; het besluit van 23 februari 2005 wordt vernietigd en het waterschap veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.