Uitspraak
200701390/1), mag het CBR waarde hechten aan de uitslag van een afgenomen blaastest. In dit geval is de positieve uitslag van de blaastest bovendien in overeenstemming met de door [appellante] gegeven verklaring dat zij de avond voor het voorgesprek alcohol heeft genuttigd en met een door haar in hoger beroep overgelegde verklaring van een medewerker van Tactus, die bij de blaastest aanwezig was, waaruit volgt dat die medewerker tijdens de blaastest een alcohollucht rook. Daarnaast wist [appellante] dat daags voor de cursus genuttigde alcohol zou kunnen leiden tot de conclusie dat zij onder invloed van alcohol verkeerde, nu dat onder meer in de brief, waarin zij is opgeroepen voor de aan haar opgelegde EMA, is vermeld. De rechtbank heeft terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het CBR op grond van voornoemde gegevens geen gerechtvaardigd vermoeden van alcoholafhankelijkheid mocht hebben. Het betoog faalt.
200410112/1.