ECLI:NL:RVS:2005:AT6163
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- W.D.M. van Diepenbeek
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woningen wegens ernstige drugsoverlast en verstoring openbare orde
De burgemeester van Rotterdam heeft bij besluit van 19 december 2002 de algehele sluiting bevolen van woningen aan bepaalde locaties in Rotterdam voor de duur van één jaar wegens ernstige verstoring van de openbare orde door drugshandel en -gebruik.
Appellante, eigenaar en verhuurder van de woningen, betwistte de bevoegdheid van de burgemeester en de proportionaliteit van de sluitingsduur, evenals het ontbreken van compensatie voor haar gederfde huurinkomsten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat uit politie- en mutatierapporten blijkt dat de woningen werden gebruikt voor drugshandel en -gebruik, met aanzienlijke overlast in de omgeving. De burgemeester mocht op grond hiervan de sluiting gelasten. De belangenafweging was zorgvuldig en de gekozen termijn van één jaar sluiting is gebaseerd op praktijkervaringen en niet onevenredig.
Verder is de verstoring van de openbare orde mede aan appellante toe te rekenen als verhuurder, waardoor geen compensatie voor gederfde huurinkomsten verplicht is. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de woningen voor één jaar wordt bevestigd.