Uitspraak
200106008/1, heeft overwogen, zijn bij of krachtens de Drank- en Horecawet geen beperkingen opgelegd ten aanzien van feiten of omstandigheden, die bij de beoordeling van het levensgedrag mogen worden betrokken.
Raad van State
Appellant, de burgemeester van Nijmegen, weigerde op 26 januari 2004 aan Roha B.V. vergunning te verlenen voor exploitatie van een raamprostitutiebedrijf aan de Nieuwe Markt 40/40a te Nijmegen vanwege het slechte levensgedrag van de beheerder. Na bezwaar en heroverweging werd de weigering gehandhaafd. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de motivering van de weigering onvoldoende achtte. De Raad stelde dat de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de beheerder niet voldeed aan de eis van goed levensgedrag, mede gelet op politieadviezen, eerdere strafrechtelijke veroordelingen en processen-verbaal. De Raad benadrukte dat de beoordeling niet beperkt is tot vijf jaar voorafgaand aan het besluit.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de vergunning wegens slecht levensgedrag van de beheerder.