ECLI:NL:RVS:2004:AQ5788
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake onderzoek rijgeschiktheid na overschrijding beslistermijn
Appellant, de Minister van Verkeer en Waterstaat, had op 23 juli 2002 besloten dat betrokkene zich moest onderwerpen aan een onderzoek naar zijn geschiktheid om motorrijtuigen te besturen, na ontvangst van een melding op 23 mei 2002. De rechtbank Maastricht oordeelde dat dit besluit te laat was genomen, omdat artikel 131 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een beslistermijn van vier weken voorschrijft, en vernietigde het besluit.
De minister stelde echter dat de termijn niet fataal is en verwees naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak waarin werd geoordeeld dat overschrijding van de termijn niet tot onbevoegdheid leidt. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de termijn fataal was.
Daarom werd het hoger beroep van de minister gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.