ECLI:NL:RVS:2004:AQ3694
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Cleton
- J.G.C. Wiebenga
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar Productschap Vis tegen aanwijzing Grevelingen als wetland
Het bestuur van het Productschap Vis maakte bezwaar tegen de aanwijzing van het gebied Grevelingen als watergebied van internationale betekenis (wetland) op grond van de Wetlands-Conventie. Verweerder, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het Productschap Vis naar zijn mening niet rechtstreeks in haar belangen werd geraakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het Productschap Vis op grond van de Wet op de bedrijfsorganisatie en het Instellingsbesluit een taak heeft die het algemeen belang van de visserij en aanverwante ondernemingen dient. Aangezien in het gebied Grevelingen bedrijfsmatige visserij plaatsvindt, wordt het aan het Productschap toevertrouwde belang door de aanwijzing geraakt.
De Raad van State oordeelde dat het niet vereist is dat het belang rechtens beschermd is of dat het besluit rechtstreeks rechtsgevolgen heeft voor dat belang om belanghebbende te zijn. Daarom was het besluit tot niet-ontvankelijkheid onjuist en werd het beroep gegrond verklaard. Het bestreden besluit werd vernietigd en de Minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van het Productschap Vis wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd.