ECLI:NL:RVS:2003:AN9239
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning bedrijfswoning wegens niet-aanvang werkzaamheden en strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft bij besluit van 21 juni 2001 de bouwvergunning voor een bedrijfswoning met werkplaats en stallingruimte ingetrokken omdat appellant niet binnen 26 weken na onherroepelijkheid met de bouwwerkzaamheden was begonnen. Daarnaast was het bouwplan in strijd met het sinds 6 februari 2001 geldende bestemmingsplan ‘Hoogveld’, dat slechts één loonbedrijf op het perceel toestaat.
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking, maar dit werd door het college ongegrond verklaard. De rechtbank Maastricht bevestigde deze beslissing in een uitspraak van 18 april 2003. Appellant stelde in hoger beroep dat het college de hoorplicht uit artikel 4:8 Awb Pro had geschonden en dat hij mocht vertrouwen op het niet intrekken van de vergunning vanwege het lange tijdsverloop.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college het verzuim om appellant vooraf te horen in bezwaar had hersteld en dat appellant geen recht had op een laatste kans om alsnog te beginnen met bouwen. Ook was het vertrouwen op het niet intrekken van de vergunning niet gerechtvaardigd omdat het college herhaaldelijk had aangekondigd de vergunning te willen intrekken. De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de bouwvergunning wordt bevestigd omdat appellant niet binnen de gestelde termijn is begonnen met bouwen en het bouwplan strijdig is met het bestemmingsplan.