ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1100
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking omgevingsvergunning wegens gewijzigde planologische inzichten
Eiseres had een omgevingsvergunning gekregen voor de bouw van een uitbreiding met een werkplaats, maar deze vergunning werd door verweerder ingetrokken omdat gedurende meer dan 26 weken geen gebruik van de vergunning was gemaakt. Verweerder baseerde de intrekking mede op gewijzigde planologische inzichten die niet strookten met de verleende vergunning.
Eiseres stelde dat zij niet voorafgaand aan het intrekkingsbesluit in de gelegenheid was gesteld haar zienswijze te geven, maar de rechtbank oordeelde dat zij dit in de bezwaarfase voldoende kon doen. Verder voerde eiseres aan dat de gewijzigde planologische inzichten geen grond voor intrekking vormden, maar de rechtbank stelde vast dat het ontwerpbestemmingsplan een minder zware milieucategorie toestond dan de vergunning.
De belangenafweging door verweerder, waarbij het volkshuisvestelijk belang zwaarder woog dan het belang van eiseres, werd door de rechtbank als redelijk beoordeeld. Ook was er geen concreet zicht op een spoedige aanvang van de bouwwerkzaamheden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.