ECLI:NL:RVS:2003:AL3406
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging waarschuwing gemeenteraadslid wegens onbevoegd besluit college
Het college van burgemeester en wethouders van Bergh gaf appellant, lid van de gemeenteraad, op 1 juli 2003 een waarschuwing op grond van artikel X5, tweede lid, van de Kieswet. Appellant stelde beroep in bij de Raad van State tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 15 september 2003.
De Afdeling oordeelde dat het college niet bevoegd was om de waarschuwing te geven, omdat appellant voldeed aan de vereisten voor het lidmaatschap van de gemeenteraad en geen onverenigbare betrekking vervulde. Het besluit was daarmee in strijd met de wet genomen en diende vernietigd te worden.
Verder werd vastgesteld dat appellant belang had bij de beoordeling van het besluit, ondanks zijn ontslag uit de gemeenteraad, vanwege de voorgenomen civiele procedure wegens immateriële schade. Het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan appellant.
De Afdeling benadrukte dat indien het college later tot de conclusie was gekomen dat de waarschuwing onrechtmatig was, het besluit had moeten worden ingetrokken. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van het college om appellant een waarschuwing te geven is vernietigd wegens onbevoegdheid en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.