ECLI:NL:RVS:2002:AE4705
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring bij reëel zicht op uitzetting ondanks eerdere bewaring
Appellant is op 27 februari 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze bewaring ongegrond omdat er reëel zicht bestond op uitzetting. Appellant voerde aan dat eerdere bewaringen niet tot uitzetting hadden geleid, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet zonder meer betekent dat er nu geen reëel zicht is op uitzetting.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en merkt op dat appellant opnieuw wordt gepresenteerd aan de Surinaamse autoriteiten voor een laissez-passer, zonder dat is gebleken van omstandigheden die het verkrijgen daarvan onmogelijk maken. Daarnaast is het feit dat de identiteit van appellant niet in discussie stond geen beletsel voor nader onderzoek door de staatssecretaris om het verkrijgen van het laissez-passer te vergemakkelijken, zeker omdat appellant geen documenten bezit die zijn identiteit en nationaliteit aantonen.
Het hoger beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.