ECLI:NL:RBSGR:2003:AO4094
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting en toekenning schadevergoeding
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de oplegging van een maatregel van bewaring door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. De vreemdeling betoogde dat er geen reëel zicht op uitzetting bestond, hetgeen de rechtbank bevestigde.
Eerder was de bewaring al opgeheven omdat onvoldoende concreet zicht op uitzetting aanwezig was. De rechtbank stelde dat voor het opleggen van een nieuwe maatregel van bewaring een nieuwe feitelijke grondslag vereist is waaruit blijkt dat er opnieuw reëel zicht op uitzetting bestaat. Dit was in de onderhavige zaak niet aannemelijk gemaakt door verweerder.
De rechtbank oordeelde dat het besluit tot oplegging van de bewaring in strijd was met artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring werd daarom opgeheven met ingang van 30 december 2003. Tevens werd een schadevergoeding van €950 toegekend voor tien dagen onrechtmatige bewaring in een politiecel. Daarnaast werden proceskosten van €644 aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van bewaring werd opgeheven en een schadevergoeding van €950 toegekend wegens onrechtmatige bewaring.