ECLI:NL:RVS:2002:AE0721
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- H. Bekker
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Intrekking horecavergunning ter bescherming van openbare orde geen punitieve sanctie
In deze zaak is de horecavergunning van appellanten ingetrokken door burgemeester en wethouders op grond van artikel 31 van Pro de Drank- en Horecawet, vanwege feiten in de inrichting die het gevaar voor de openbare orde, veiligheid en zedelijkheid rechtvaardigen.
Appellanten voerden aan dat de feiten geen gevaar voor de openbare orde opleverden en dat de aanwezigheid van harddrugs slechts voor eigen gebruik was, maar deze bezwaren werden verworpen. De Raad van State bevestigde dat de aanwezigheid van harddrugs in een publiek toegankelijke ruimte op zichzelf al risico's voor de openbare orde met zich brengt.
Voorts oordeelde de Raad dat de intrekking van de vergunning een maatregel is die uitsluitend gericht is op het beschermen van de openbare orde en niet op het opleggen van een straf of punitief karakter heeft. Daarom is er geen strijd met artikel 6 EVRM Pro.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank dat de intrekking van de vergunning terecht was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de horecavergunning is terecht en geen punitieve sanctie, het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.