ECLI:NL:RVS:2001:AD8692
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring wegens onjuiste feitelijke grondslag
De zaak betreft het hoger beroep van de Staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage die de maatregel van vreemdelingenbewaring had opgeheven. De rechtbank had geoordeeld dat de staandehouding van de vreemdeling in de tram niet op grond van de Vreemdelingenwet 2000 was geschied, omdat er geen strafrechtelijk onderzoek had plaatsgevonden.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank een onjuiste feitelijke lezing heeft gegeven. Uit het proces-verbaal blijkt dat de vreemdeling op verdenking van overtreding van de Wet Personenvervoer in de tram werd staandegehouden en naar het politiebureau werd overgebracht, waar hij werd gehoord door een hulpofficier van justitie. Na beëindiging van de strafrechtelijke aanhouding is hij vervolgens op grond van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 opgehouden en in vreemdelingenbewaring gesteld.
De Raad stelt vast dat het ontbreken van een uitgebreid strafrechtelijk onderzoek niet betekent dat de bewaring onrechtmatig is. De vreemdelingenrechter kan niet oordelen over de aanwending van bevoegdheden die niet krachtens de Vreemdelingenwet zijn toegekend, tenzij de strafrechter onrechtmatigheid heeft vastgesteld, wat hier niet het geval is.
Daarom vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen de vreemdelingenbewaring alsnog ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt alsnog ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.