ECLI:NL:RVS:2001:AD6142
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid vreemdelingenrechter bij beoordeling bewaring en strafrechtelijk voortraject
Bij besluit van 19 september 2001 is een vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank te 's-Gravenhage heeft op 4 oktober 2001 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de opheffing van de bewaring bevolen. De Staatssecretaris van Justitie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdelingenrechter uitsluitend bevoegd is om de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming op grond van de Vreemdelingenwet 2000 te beoordelen en niet over de rechtmatigheid van het strafrechtelijk voortraject. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat onder omstandigheden hiervan kan worden afgeweken.
De Raad van State vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover daarin de opheffing van de bewaring en een proceskostenveroordeling zijn bevolen. Het hoger beroep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. Tevens wordt vastgesteld dat de duur van de bewaring in een politiecel niet langer dan tien dagen heeft geduurd, conform de geldende regelgeving.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.