ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4426
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring vreemdeling wegens strijd met artikel 5 EVRM en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd op 13 september 2001 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van een strafbaar feit. Na verlenging van de inverzekeringstelling werd hij niet onverwijld voor de rechter-commissaris geleid, wat in strijd is met artikel 5 EVRM Pro. De rechtbank oordeelt dat deze schending van de rechtsorde zodanig is dat een redelijk handelend bestuursorgaan de bewaring niet had mogen toepassen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt de opheffing van de bewaring met ingang van 4 oktober 2001. Tevens wordt een schadevergoeding van ƒ 2.750,-- toegekend voor het onrechtmatige verblijf in politiecel en penitentiaire inrichting. Daarnaast worden de proceskosten van ƒ 710,-- aan de vreemdeling toegekend.
De rechtbank benadrukt dat de beoordeling van het strafrechtelijke voortraject in vreemdelingenzaken in principe niet aan haar toekomt, tenzij sprake is van een ernstige inbreuk op de rechtsorde. In dit geval is die uitzondering van toepassing vanwege het ontbreken van rechterlijke toetsing binnen de wettelijke termijn. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken te ’s-Gravenhage op 4 oktober 2001.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens strijd met artikel 5 EVRM en er wordt een schadevergoeding van ƒ 2.750,-- toegekend.