ECLI:NL:RVS:2001:AA9979
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H.B. van der Meer
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen weigering bouwvergunning wegens bereikbaarheidsvereiste
Burgemeester en wethouders van Boxmeer weigerden een bouwvergunning voor vier halfvrijstaande woningen aan het Zandpaadje te Boxmeer, omdat niet was voldaan aan het bereikbaarheidsvereiste van artikel 2.5.3.1 van de bouwverordening. Volgens hen was het Zandpaadje onvoldoende ontsloten en niet geschikt als verbindingsweg voor verhuis-, brandweer- en ziekenauto's.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde echter dat het bouwplan in overeenstemming was met het geldende bestemmingsplan 'Uitbreidingsplan Partieel Plan Het Zand' uit 1941 en dat het bereikbaarheidsvereiste niet zonder meer tot blijvende intrekking van de bouwmogelijkheid mocht leiden.
De Raad van State oordeelde dat burgemeester en wethouders terecht het bouwplan mede aan artikel 2.5.3.1 bouwverordening hadden getoetst, maar dat zij onvoldoende hadden onderzocht hoe de belemmeringen voor het Zandpaadje als verbindingsweg opgeheven konden worden. De aanwezigheid van een betonnen paal beperkte de breedte van het Zandpaadje, maar zonder deze paal was het pad voldoende breed. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van burgemeester en wethouders vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de bouwvergunning wordt vernietigd.