ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4211
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg erfdienstbaarheid van weg en vordering tot aanleg noodweg afgewezen
De zaak betreft een geschil over de uitleg van een erfdienstbaarheid van weg gevestigd in 1996 ten behoeve van perceel [adres 1] en ten laste van perceel [adres 2]. Eisers vorderen primair het recht om een verbindingsweg aan te leggen die voldoet aan de minimale breedte-eisen van de Bouwverordening 2003 van de gemeente [plaats]. Subsidiair vorderen zij de aanwijzing van een noodweg met dezelfde eisen. Gedaagden verzetten zich tegen deze vorderingen en stellen dat de erfdienstbaarheid beperkt is tot een breedte van 2,78 meter, conform de bestaande situatie bij het vestigen.
De rechtbank oordeelt dat de erfdienstbaarheid moet worden uitgelegd naar de partijbedoeling zoals neergelegd in de notariële akte en de feitelijke situatie ter plaatse. Gezien de kadastrale situatie en de bestaande erfafscheiding was een deel van het perceel reeds in gebruik door een derde en niet belast met de erfdienstbaarheid. De bedoeling was een weg aan te leggen met een maximale breedte van 2,78 meter, niet conform de Bouwverordening. De verkoop van een deel van het perceel dienend erf heeft de erfdienstbaarheid niet ingeperkt.
De primaire vordering tot aanleg van een bredere verbindingsweg wordt afgewezen, evenals de subsidiaire vordering tot aanwijzing van een noodweg. De rechtbank overweegt dat het niet voldoen aan de Bouwverordening niet automatisch betekent dat er geen behoorlijke exploitatie mogelijk is. Bovendien zou aanleg van een bredere weg een onevenredig offer van gedaagden vragen.
Wel wordt de meer subsidiaire vordering toegewezen: gedaagden worden veroordeeld om alle belemmeringen in de uitoefening van de erfdienstbaarheid te verwijderen en verwijderd te houden, met een dwangsom voor het geval van niet-nakoming. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten van gedaagden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot aanleg van een bredere verbindingsweg en noodweg af, en veroordeelt gedaagden tot het verwijderen van belemmeringen in de erfdienstbaarheid.