ECLI:NL:RVS:1999:AA4082
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H. Grosheide
- J.J.H. Suyver
- Rechtspraak.nl
Uitwerking streekplan N22 is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht
In deze zaak stond centraal of de beslissing van gedeputeerde staten van Noord-Holland van 24 september 1996, waarin een uitwerking van het streekplan Amsterdam-Noordzeekanaalgebied werd vastgesteld, een besluit was als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank had dit bevestigend geoordeeld, maar de Raad van State kwam tot een ander oordeel.
De Raad overwoog dat een streekplan provinciaal planologisch beleid bevat met een indicatief karakter. Volgens de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en de Awb geeft de wet gedeputeerde staten niet de bevoegdheid om een indicatieve aanduiding uit een streekplan om te zetten in een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Hierdoor is het bezwaar tegen de beslissing van 24 september 1996 niet-ontvankelijk.
De Raad van State vernietigde daarom het eerdere vonnis van de rechtbank Haarlem en het besluit van gedeputeerde staten van 14 januari 1998. Tevens werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en werd bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Daarnaast werd gedeputeerde staten veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het uitwerkingsplan N22 is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van gedeputeerde staten is vernietigd.