ECLI:NL:RBZWB:2026:836
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens onjuiste CO2-uitstootregistratie
Belanghebbende deed op 28 februari 2022 aangifte voor de inschrijving van een Mini Countryman met een CO2-uitstoot van 136 gram per kilometer, gebaseerd op een taxatierapport en een Certificaat van Overeenstemming (CVO). De RDW had echter bij keuring een hogere CO2-uitstoot van 195 gram vastgesteld volgens de Scandinavische rekenmethode, waarop de inspecteur een naheffingsaanslag BPM baseerde.
In bezwaar stelde belanghebbende dat de CO2-uitstoot conform het CVO moest worden gehanteerd. De rechtbank oordeelt dat het CVO het brondocument is voor de CO2-uitstoot en dat de RDW de uitstoot in het kentekenregister had moeten aanpassen. De naheffingsaanslag is daarom onterecht opgelegd en wordt vernietigd.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van het bezwaar met 16 maanden is overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 1.500, waarvan € 656 voor rekening van de inspecteur en € 844 voor de Staat komt.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal € 3.200. De uitspraak is onherroepelijk tenzij binnen zes weken hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.