ECLI:NL:RBZWB:2026:765

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
BRE 25/4274
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Invorderingswet 1990Art. 8:5 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake verrekening belastingvordering

Belanghebbende heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin deze zich onbevoegd verklaarde om kennis te nemen van het beroep tegen de verrekening door de ontvanger van de Belastingdienst. De rechtbank beoordeelt of dit oordeel terecht is en concludeert dat de verrekening op grond van de Invorderingswet 1990 plaatsvindt, waartegen geen beroep bij de bestuursrechter mogelijk is.

Belanghebbende stelde dat bezwaar mogelijk is tegen de mededeling van verrekening met invorderingsrente, verwijzend naar een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. De rechtbank oordeelt echter dat in de onderhavige zaak geen sprake is van verrekening met invorderingsrente en dat het bezwaar van belanghebbende niet slaagt.

De rechtbank benadrukt dat tegen beslissingen tot verrekening van de ontvanger slechts een civiele vordering kan worden ingesteld en dat zij zich daarom terecht onbevoegd heeft verklaard. Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand. Belanghebbende kan tegen andere besluiten afzonderlijk beroep instellen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verklaart het verzet ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/4274

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 op het verzet van

[belanghebbende], uit [woonplaats] , belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank van 29 september 2025 in het geding tussen
belanghebbende
en

de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van belanghebbende gaat over de uitspraak van de rechtbank van 29 september 2025 waarin de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard van het beroep van belanghebbende kennis te nemen.
2. Belanghebbende heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 29 september 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel [1] is dat zij onbevoegd is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.
4. Belanghebbende voert aan dat de rechtbank wel bevoegd is om uitspraak te doen, omdat bezwaar kan worden ingediend tegen de mededeling van een verrekening met invorderingsrente. Belanghebbende verwijst naar de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 31 januari 2023. [2] Belanghebbende stelt dat de inspecteur in de uitspraak op bezwaar van 6 november 2025 onterecht heeft geoordeeld dat het bezwaar niet-ontvankelijk is.
5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
6. Belanghebbende is in beroep gekomen, omdat er volgens hem niet tijdig is beslist op zijn bezwaar tegen de mededeling van 3 mei 2025 over de verrekening van een terug te ontvangen bedrag op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020 met een te betalen bedrag op de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018 en 2019. In de mededeling van 3 mei 2025 is geen beschikking (verrekening met) invorderingsrente genomen, anders dan het geval in de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waar belanghebbende naar verwijst. Belanghebbende heeft het in het bezwaarschrift van 7 mei 2025 ook niet over invorderingsrente. Deze verzetsgrond slaagt niet.
7. Een beslissing over het verrekenen van uit te betalen en te innen bedragen wordt genomen door de ontvanger op grond van artikel 24 van Pro de Invorderingswet 1990 (IW). In de IW is verder bepaald dat onder andere de hoofdstukken 6 en 7 van de Awb niet op de IW van toepassing zijn. Dit betekent dat tegen beslissingen tot verrekening van de ontvanger geen beroep bij belastingrechter mogelijk is. Dit volgt ook uit artikel 8:5, eerste lid van de Awb dat bepaalt dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit, genomen op grond van een wettelijk voorschrift dat is opgenomen in de bijlage die bij de Awb behoort. In die bijlage wordt de IW genoemd. [3] Dit betekent dat ook geen beroep bij de bestuursrechter mogelijk is.
8. De rechtbank concludeert dat met betrekking tot de door de ontvanger gedane verrekening slechts een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld en dat de rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren. [4] De rechtbank heeft geen mogelijkheid om hier van af te wijken. Het oordeel van de rechtbank van 29 september 2025 dat het buiten redelijke twijfel is dat zij onbevoegd is, is dus terecht.
9. De rechtbank overweegt tot slot dat belanghebbende in verzet aangeeft het ook niet eens te zijn met de uitspraak op bezwaar van 6 november 2025. Nu de uitspraak van de rechtbank van 29 september 2025 niet ziet op de uitspraak op bezwaar van 6 november 2025, neemt de rechtbank dat in de verzetsprocedure niet mee. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van 6 november 2025 ook afzonderlijk beroep ingesteld. Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer BRE 25/6422. Belanghebbende kan klachten over de uitspraak op bezwaar van 6 november 2025 in die beroepsprocedure aanvoeren.

Conclusie en gevolgen

10. De gronden van het verzet slagen niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 29 september 2025. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 9 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de datum bekendmaking beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raadwww.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is
gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Met uitzondering van de artikelen 30, 49 en 62a IW.
4.Vgl. Gerechtshof Amsterdam, 2 november 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3640.