ECLI:NL:RBZWB:2026:6685

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
BRE 25/4169
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij inbeslagname hond

Eiseres, eigenaar van een Turkse herdershond die eerder als gevaarlijk was aangemerkt, maakte bezwaar tegen de inbeslagname van haar hond door de burgemeester van Tilburg. De hond was betrokken bij meerdere bijtincidenten en werd in april 2025 in beslag genomen via spoedeisende bestuursdwang. Na een bezwaarprocedure handhaafde de burgemeester het besluit.

Eiseres stelde schade te hebben geleden door de inbeslagname, bestaande uit grafkosten en aankoopkosten van een nieuwe hond. De rechtbank onderzocht of eiseres nog procesbelang had bij de behandeling van het beroep. Gezien het overlijden van de hond ruim een half jaar na de inbeslagname en de hoge leeftijd en gezondheidsproblemen van de hond, achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat de schade het gevolg was van het besluit.

Daarom ontbrak het aan procesbelang en verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank behandelde de zaak niet inhoudelijk en wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de inbeslagname van haar hond is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4169

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),
en

de burgemeester van de gemeente Tilburg, de burgemeester.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de toepassing van spoedeisende bestuursdwang door de burgemeester, waarbij de hond van eiseres in beslag is genomen. Eiseres is het niet eens met dit besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De burgemeester heeft de hond van eiseres in beslag genomen door de toepassing van spoedeisende bestuursdwang. Met het bestreden besluit van 8 juli 2025 op het bezwaar van eiseres heeft de burgemeester dat besluit, onder aanvulling van de motivering, in stand gelaten.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Eiseres was niet aanwezig. Namens de burgemeester is mr. D.L.M. Claessen verschenen, tezamen met [persoon 1] en [persoon 2] als toehoorders.
Relevante feiten en omstandigheden
3. Eiseres was eigenaar van [de hond] , een Turkse herdershond (hierna: de hond). In 2018 is de hond betrokken geweest bij drie bijtincidenten, waarbij hij verwondingen heeft aangebracht aan andere honden. Die incidenten hebben ertoe geleid dat de burgemeester bij besluit van 12 juni 2018 de hond heeft aangemerkt als gevaarlijke hond en een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd.
3.1.
Op 27 en 28 maart 2026 is de hond opnieuw betrokken geweest bij twee bijtincidenten omdat het muilkorfgebod niet is opgevolgd. Naar aanleiding daarvan is de hond op 2 april 2025 door de burgemeester in beslag genomen om het risico op herhaling van bijtincidenten en het directe gevaar voor mensen en dieren weg te nemen. Met het besluit van 8 april 2025 heeft de burgemeester deze toepassing van spoedeisende bestuursdwang schriftelijk vastgelegd en aan eiseres bekendgemaakt (primaire besluit). De burgemeester heeft daarop een gedragsonderzoek laten uitvoeren. De resultaten van dit onderzoek zijn op 27 mei 2025 in een rapport vastgelegd.
3.2.
Eiseres heeft op 11 april 2025 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
3.3.
Op 17 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden bij de commissie voor de bezwaarschriften.
3.4.
Met het bestreden besluit van 8 juli 2025 heeft de burgemeester het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard, onder aanvulling van de motivering.
3.5.
Op 14 oktober 2025 is de hond overleden.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang
4. Voordat de rechtbank kan toekomen aan de inhoudelijke behandeling van het beroep, moet zij vaststellen of eiseres (nog) belang heeft bij de uitkomst van een procedure. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) is sprake van procesbelang als het doel dat eiseres voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor eiseres van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van zijn beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het beroep niet-ontvankelijk. [1]
4.1.
Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat als iemand stelt schade te hebben geleden, dat kan betekenen dat diegene belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Daartoe is vereist dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat de schade is geleden als gevolg van het besluit. [2]
4.2.
Eiseres heeft gesteld schade te hebben geleden als gevolg van het besluit van de burgemeester om de hond in beslag te nemen. Volgens eiseres bestaat deze schade uit de grafkosten voor de hond en de aankoopkosten van een nieuwe hond.
4.3.
De rechtbank constateert dat ruim een half jaar is verstreken tussen de inbeslagname van de hond en het overlijden daarvan. Daarnaast blijkt uit het rapport van de risicobeoordeling dat de hond op het moment van het onderzoek al een hoge leeftijd had bereikt en kampte met gezondheidsproblemen. Gelet op deze omstandigheden heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank niet tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt dat de schade die zij heeft geleden het gevolg is van het besluit van de burgemeester om de hond in beslag te nemen. Omdat eiseres dit niet aannemelijk heeft gemaakt, heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank geen procesbelang bij de beoordeling van haar beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. A. van Breugel, griffier, op 21 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld Afdeling 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3664 (r.o. 3.1).
2.Zie bijvoorbeeld Afdeling 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:106 (r.o. 6.1).