ECLI:NL:RBZWB:2026:6384
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank onbevoegd bij beroep tegen ambtshalve vermindering vennootschapsbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken van de inspecteur op verzoeken om ambtshalve vermindering van vennootschapsbelastingaanslagen over de jaren 2014 tot en met 2021. De inspecteur had de aanslagen ambtshalve vastgesteld omdat geen aangiften waren gedaan en was deels tegemoetgekomen in de verzoeken om vermindering.
De rechtbank heeft eerst onderzocht of zij bevoegd is om kennis te nemen van deze beroepen. De beslissingen van de inspecteur op verzoeken om ambtshalve vermindering zijn beschikkingen op grond van artikel 65 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen, waartegen geen beroep openstaat bij de belastingrechter. Daarom is de rechtbank onbevoegd.
Belanghebbende stelde dat eerder bezwaar was ingediend, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank oordeelde dat de beroepen wegens niet tijdig beslissen ongegrond zijn. De rechtbank wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 10 juli 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verklaart de beroepen wegens niet tijdig beslissen ongegrond.