ECLI:NL:RBZWB:2026:6356
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen intrekking omzetbelastingnummer niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen brieven van de inspecteur over het intrekken van het omzetbelastingnummer. Na ingebrekestelling wegens niet tijdig beslissen reageerde de inspecteur dat er geen sprake was van een voor bezwaar vatbare beschikking, waardoor de bezwaren niet in behandeling konden worden genomen.
Belanghebbende stelde beroep in wegens niet tijdig beslissen en tegen de brieven van 30 en 31 maart 2026. De rechtbank oordeelde dat de brief van 30 maart 2026 een schriftelijke weigering tot beslissing op bezwaar inhoudt, waardoor het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is. Het beroep tegen de brieven is ontvankelijk maar kennelijk ongegrond.
De rechtbank stelde vast dat binnen het belastingrecht tegen het intrekken van een omzetbelastingnummer geen bezwaar openstaat omdat het geen voor bezwaar vatbare beschikking betreft. De inspecteur had de bezwaren niet-ontvankelijk moeten verklaren en het verzoek om een dwangsom moeten afwijzen. Belanghebbende had echter geen belang bij wijziging van de beslissing, omdat de uitkomst hetzelfde zou zijn geweest.
De rechtbank verklaarde het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen de brieven ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wegens niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de brieven van 30 en 31 maart 2026 is kennelijk ongegrond verklaard, waardoor het besluit tot intrekking van het omzetbelastingnummer in stand blijft.