Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar per 20 juni 2023 geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank heeft het beroep behandeld en het onderzoek geschorst om aanvullende medische rapportages te laten opstellen. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV hebben de beperkingen van eiseres beoordeeld en geconcludeerd dat zij in staat is om bepaalde functies te verrichten.
Eiseres stelde dat het onderzoek niet zorgvuldig was, onder meer omdat zij niet persoonlijk door een verzekeringsarts b&b was onderzocht en dat haar beperkingen onderschat waren. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek voldoende zorgvuldig was en dat het ontbreken van een persoonlijk spreekuurcontact met de verzekeringsarts b&b niet in strijd was met de jurisprudentie, omdat zij in de primaire fase wel door een verzekeringsarts was onderzocht.
De rechtbank constateerde dat het UWV de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) in beroep had gewijzigd, waardoor het oorspronkelijke besluit niet zorgvuldig was gemotiveerd. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat het niet aannemelijk was dat eiseres hierdoor benadeeld was. De rechtbank concludeerde dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat het beroep daarom ongegrond is.
De rechtbank veroordeelde het UWV in de proceskosten en het griffierecht van eiseres. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.