Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 22 juni 2026 in de zaken tussen
de erven van [maat 1] , belanghebbenden
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
- een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2011 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 95.737, alsmede de bij gelijktijdige beschikking opgelegde vergrijpboete van € 8.385 en in rekening gebrachte heffingsrente van € 3.531;
- een navorderingsaanslag IB/PVV voor het jaar 2012 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 261.259, alsmede de bij gelijktijdige beschikking opgelegde vergrijpboete van € 44.654 en in rekening gebrachte belastingrente van € 16.467;
- een navorderingsaanslag IB/PVV voor het jaar 2013 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 173.493, alsmede de bij gelijktijdige beschikking opgelegde vergrijpboete van € 40.541 en in rekening gebrachte belastingrente van € 11.952;
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Motivering
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de bij de navorderingsaanslagen IB/PVV voor de jaren 2012 en 2013 opgelegde vergrijpboetes gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar inzake de bij de navorderingsaanslagen IB/PVV voor de jaren 2012 en 2013 opgelegde vergrijpboetes;