ECLI:NL:RBZWB:2025:1075
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing over verzoek tot geheimhouding in navorderingsaanslagzaak na overlijden erflater
De inspecteur legde navorderingsaanslagen op aan de overleden erflater over de jaren 2011 tot en met 2013. In het kader van de procedure verzocht de inspecteur geheimhouding van bepaalde passages in bijlagen van het verweerschrift, omdat deze persoonsgegevens van derden bevatten. Belanghebbenden, de erven van de erflater, stemden niet in met de geheimhouding en verzochten om volledige inzage.
De geheimhoudingskamer heeft zonder zitting een afweging gemaakt tussen het belang van de privacy van derden en het belang van belanghebbenden bij kennisneming van de stukken. De kamer oordeelde dat de geheimhouding in veel gevallen terecht is vanwege de bescherming van persoonsgegevens en persoonlijke levenssfeer, maar wees de geheimhouding af voor enkele passages die voor belanghebbenden relevant zijn en niet onnodig inbreuk maken op privacy.
De inspecteur wordt verzocht binnen vier weken te melden of hij de stukken waarvan de geheimhouding is afgewezen alsnog in het geding brengt. Tegen deze tussenuitspraak kan alleen hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen de hoofdzaak. De beslissing betreft een zorgvuldige afweging van privacybelangen en het recht op inzage in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot geheimhouding deels af en beveelt de inspecteur binnen vier weken te melden of hij de betreffende stukken alsnog in het geding brengt.