Art. 7 RWNArt. 31 Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens gerede twijfel aan identiteit en nationaliteit
Eiser, geboren in 1979 en stellende de Sierra Leoonse nationaliteit te bezitten, vroeg in 2021 naturalisatie aan. Verweerder weigerde dit op grond van gerede twijfel aan zijn identiteit en nationaliteit, mede gebaseerd op taalanalyserapporten van TOELT en onderzoek van Bureau Documenten die wezen op valsheid van geboorteaktes en frauduleuze legalisaties.
Eiser leverde diverse documenten aan, waaronder een Sierra Leoons paspoort en geboorteaktes, en voerde aan dat hij in bewijsnood verkeerde. Hij stelde dat de taalanalyse onzorgvuldig was en dat contra-expertises niet mogelijk waren. Verweerder handhaafde het standpunt dat de adviezen van TOELT en Bureau Documenten betrouwbaar zijn en dat de twijfel niet is weggenomen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht uitgaan van de deskundigenadviezen en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was authentieke documenten te overleggen. De gerede twijfel bleef bestaan, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard en het bestreden besluit in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege gerede twijfel aan identiteit en nationaliteit.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5356 RWNL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en
de minister van Justitie en Veiligheid, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigden: mr. I. Vugs en mr. S.J.R.R. Brock).
Inleiding
In het besluit van 3 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van het Nederlanderschap ongegrond verklaard.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 op een zitting behandeld in Middelburg. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.J.R.R. Brock.
Beoordeling door de rechtbank
De feiten
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1979 en de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben.
2. Op 30 december 2000 heeft eiser in Nederland asiel aangevraagd. Daarbij heeft hij geen identiteits- of nationaliteitsdocumenten overgelegd. Volgens het taalanalyserapport van het toenmalige Bureau Land en Taal van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van 23 juni 2006 is eiser eenduidig niet herleidbaar binnen de spraakgemeenschap van Sierra Leone.
3. Met ingang van 15 juni 2007 is eiser in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (de Ranov-regeling). Deze regeling was een pardonregeling voor langdurig illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen die vóór 1 april 2001 een asielaanvraag hadden ingediend onder de oude Vreemdelingenwet.
4. Op 22 november 2021 heeft eiser bij verweerder een aanvraag ingediend om verlening van het Nederlanderschap (naturalisatie). Verweerder heeft op 25 januari 2023 het voornemen geuit om deze aanvraag af te wijzen vanwege gerede twijfel aan eisers identiteit en nationaliteit, en eiser in de gelegenheid gesteld om zijn identiteit en nationaliteit alsnog aan te tonen.
5. Eiser heeft in reactie hierop in zijn zienswijze van 14 februari 2023 een kopie van een Sierra Leoons paspoort en een kopie van zijn geboorteakte overgelegd. Daarnaast heeft hij in deze zienswijze gesteld dat de taalanalyse in 2006 niet op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Op 30 maart 2023 heeft eiser verweerder verzocht om, voor zover zijn eerdere zienswijze voor verweerder niet voldoende is, de opname van de taalanalyse te doen toekomen. Op 29 juni 2023 heeft eiser aangekondigd een contra-expertise te willen laten verrichten. Eiser heeft op 25 juli 2023 meegedeeld dat het niet mogelijk is om een contra-expertise te laten verrichten. Ter onderbouwing hiervan heeft hij een e-mail van een expert van het Franse bureau CRMS van 7 maart 2023 overgelegd waarin staat dat deze expert zich niet langer bezighoudt met contra-expertises. Ook heeft eiser een brief van het Zweedse bureau Sprakab van 24 juli 2023 overgelegd waarin staat dat het niet mogelijk is om onderscheid te maken tussen het Mandingo-dialect dat in de omgeving van eisers gestelde geboorteplaats [geboorteplaats] wordt gesproken aan de Sierra Leoonse kant van de grens en aan de Guinese kant van de grens. In aanvulling hierop heeft eiser volgens de analist [analist] van Sprakab wel uitgebreide kennis van lokale voetballers, presidenten en ramadanvieringen.
6. Verweerder heeft vervolgens op 12 september 2023 zowel een nieuw taalanalyserapport op basis van de opname van het oorspronkelijke taalanalysegesprek als een weerwoord op de opmerkingen van eiser overgelegd, opgesteld door het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT) van de IND. Hieruit volgt opnieuw dat eiser eenduidig niet te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Sierra Leone. Daarnaast is eisers kennis van de lokale situatie volgens TOELT niet uitgebreid, en is analist [analist] niet in staat om een oordeel te geven over eisers beheersing van het Mandingo aangezien volgens de door Sprakab verstrekte informatie deze analist geen native speakervan het Mandingo van Sierra Leone is. Ook mag volgens TOELT van eiser worden verwacht dat hij gelet op zijn gestelde herkomst een actieve beheersing heeft van het Krio en/of het Temne, terwijl eiser dat niet heeft. Verder bestaat er volgens TOELT een mogelijkheid om een contra-expertise te laten uitvoeren door het Zweedse bureau Verified.
De besluitvorming
7. In het besluit van 12 oktober 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser afgewezen op grond van artikel 7 vanPro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van TOELT, zodat er gerede twijfel blijft bestaan over eisers identiteit en nationaliteit.
8. Eiser heeft bij verweerder bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Daarbij heeft hij erop gewezen dat hij niet heeft kunnen reageren op de stukken van TOELT van 12 september 2023, dat TOELT niet is ingegaan op zijn uitleg over het niet beheersen van het Krio, dat hij niet de middelen heeft om een contra-expertise te laten verrichten en dat verweerder niet is ingegaan op zijn mededeling dat hij inmiddels in het bezit is van een origineel Sierra Leoons paspoort en een originele, gelegaliseerde geboorteakte.
9. In maart 2024 heeft eiser op verzoek van verweerder zijn originele paspoort, afgegeven op 14 mei 2020 te [plaats] , Sierra Leone, naar verweerder opgestuurd. Verweerder heeft dit laten onderzoeken door het Bureau Documenten van de IND. Volgens de verklaring van onderzoek van 8 augustus 2024 is het paspoort weliswaar echt, maar is dit frauduleus verkregen als het gebaseerd is op de geboorteakte. Hierbij verwijst Bureau Documenten naar de eerdere verklaring van onderzoek van 28 januari 2021, waarin is gerapporteerd dat eisers geboorteakte gelet op het beschikbare referentiemateriaal vals is en dat de daarop aangebrachte legalisatie frauduleus is verkregen.
10. Op 31 oktober 2024 heeft verweerder eiser gehoord over zijn bezwaar. Eiser heeft onder meer verklaard dat hij naar Guinee is afgereisd om daar een kennis van een vriend te ontmoeten, die voor hem in [plaats] een paspoort heeft aangevraagd bij overlegging van een pasfoto van eiser en tegen betaling van 200 dollar.
11. Verder heeft eiser nog een gecertificeerde kopie van zijn geboorteakte overgelegd, afgegeven op 20 september 2017 te [plaats] . Volgens de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 24 juni 2025 is dit document gelet op het beschikbare referentiemateriaal vals en is de daarop aangebrachte legalisatie frauduleus verkregen. Daarnaast heeft eiser nog een brief van de gemeente Roosendaal van 10 december 2024 overgelegd, waaruit blijkt dat zijn persoonsgegevens aan de hand van zijn Sierra Leoonse paspoort zijn verwerkt in de Basisregistratie Personen. Ook heeft eiser een brief van de Sierra Leoonse ambassade te Brussel van 26 maart 2025 overgelegd, waarin verklaard wordt dat eiser een Sierra Leoons staatsburger is en dat zijn op 14 mei 2020 afgegeven paspoort authentiek is.
12. In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij geconcludeerd dat hij mag uitgaan van de deskundigenadviezen van TOELT en Bureau Documenten en dat daaruit, mede gelet op het ontbreken van contra-expertises, volgt dat er gerede twijfel bestaat over eisers identiteit en nationaliteit.
De standpunten in beroep
13. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat hij genoegzaam duidelijk heeft gemaakt wat zijn identiteit en nationaliteit is. Daarbij wijst hij erop dat de Sierra Leoonse autoriteiten hem tot op heden steeds opnieuw in het bezit stellen van een paspoort. Zijn Sierra Leoons paspoort is dan ook door verweerder authentiek bevonden. Daarnaast voert eiser aan dat hij in bewijsnood verkeert als het gaat om het aanleveren van nader bewijs.
14. Verweerder stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat het bestreden besluit juist is. Van de inhoud van het door eiser overgelegde en echt bevonden Sierra Leoonse paspoort kan niet worden uitgegaan, omdat uit de door eiser tijdens de hoorzitting afgelegde verklaringen volgt dat voorafgaand aan de afgifte van dat paspoort geen deugdelijk identificatieproces heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft eiser niet aangetoond dat hij al het mogelijke heeft gedaan om in het bezit te komen van de gevraagde documenten.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Het beoordelingskader
15. Op grond van artikel 7, eerste lid, van de RWN verleent verweerder met inachtneming van hoofdstuk 4 van de RWN het Nederlanderschap aan vreemdelingen die daarom verzoeken.
16. Op grond van artikel 31, eerste lid, van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap verstrekt de verzoeker bij de indiening van de aanvraag gegevens over zijn identiteit en nationaliteit. Op grond van het vijfde lid kan verweerder verlangen dat de verzoeker de juistheid van de verstrekte gegevens bewijst door middel van zo nodig gelegaliseerde en eventueel inhoudelijk geverifieerde documenten.
17. Volgens paragraaf 2.3.5 onder artikel 7 vanPro de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 moet de verzoeker een geldig buitenlands reisdocument overleggen, en in beginsel tevens een geboorteakte. Volgens paragraaf 2.3.5.6 is de verzoeker die in 2007 of 2008 een Ranov-verblijfsvergunning heeft gekregen en op de ingangsdatum daarvan meerderjarig was sinds 1 november 2021 van dit documentvereiste vrijgesteld. Volgens paragraaf 2.3.5.1 kan gerede twijfel aan de identiteit of nationaliteit echter ondanks deze vrijstelling reden zijn om de aanvraag af te wijzen. Dergelijke twijfel kan ontstaan uit de inhoud van het vreemdelingrechtelijk dossier, onderzoek door TOELT, documentonderzoek en andere bekende feiten en omstandigheden.
18. Uit de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat naturalisatie wegens de daaraan verbonden gevolgen een zaak van groot gewicht is en dat verweerder daarom bevoegd is om op de daartoe geëigende wijze bewijs van de gestelde identiteit en nationaliteit van de verzoeker te verlangen. Dit houdt onder meer in dat verweerder het beleid zoals onder 17 weergegeven mag voeren. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de uitspraak van 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2566.
De gerede twijfel
19. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat uit het onderzoek door TOELT naar eisers spraak gerede twijfel volgt ten aanzien van eisers gestelde identiteit en nationaliteit. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij afkomstig is uit Sierra Leone, terwijl hij volgens TOELT eenduidig niet tot de spraakgemeenschap binnen Sierra Leone te herleiden is. Hierbij is van belang dat verweerder volgens de vaste rechtspraak van de Afdeling mag uitgaan van de deskundigenadviezen van TOELT, mits deze inzichtelijk en concludent zijn. In wat eiser heeft aangevoerd kan geen reden worden gevonden om aan de adviezen van TOELT te twijfelen. Zoals verweerder in het bestreden besluit al heeft overwogen, volgt namelijk uit het weerwoord van TOELT dat niet valt in te zien hoe de analist [analist] van Sprakab gelet op diens achtergrond een goed oordeel kan geven over eisers beheersing van het Mandingo. Verder volgt uit de bevindingen van TOELT dat het Mandingo-dialect dat eiser spreekt veel leenwoorden uit het Frans heeft, wat kenmerkend is voor de spraakgemeenschap binnen Guinee. Ook volgt uit de bevindingen van TOELT dat 95% van de bevolking van Sierra Leone het Krio spreekt, en dat de mensen die deze taal niet beheersen zich bevinden in de leeftijdsgroepen van hoog bejaarden of kinderen die nog niet naar school gaan. In sommige landelijke gebieden wordt er in plaats van Krio een stamtaal gesproken, zoals in het noorden het Temne. Gelet hierop mag volgens TOELT van eiser worden verwacht dat hij het Krio en/of het Temne beheerst, terwijl hij geen van deze talen spreekt.
20. De gerede twijfel is met de door eiser overgelegde documenten niet weggenomen. Ook ten aanzien van de deskundigenadviezen van Bureau Documenten geldt dat verweerder daarvan mag uitgaan mits deze inzichtelijk en concludent zijn. Volgens de bevindingen van Bureau Documenten is eisers geboorteakte vals en voorzien van een frauduleus verkregen legalisatie. Als een paspoort op basis van een dergelijke akte is opgesteld, is dat eveneens frauduleus verkregen. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat uit eisers verklaringen niet kan worden opgemaakt dat voorafgaand aan de afgifte van het door hem overgelegde Sierra Leoonse paspoort van 14 mei 2020 een deugdelijk identificatieproces heeft plaatsgevonden. Uit de rechtspraak van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraak van 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4302, volgt dat dit aspect van belang is. Uit eisers verklaringen is niet duidelijk geworden hoe de Sierra Leoonse autoriteiten hebben vastgesteld voor wie zij een paspoort hebben afgegeven. Uit de door eiser overgelegde brieven van de gemeente Roosendaal en van de Sierra Leoonse ambassade te Brussel kan dit evenmin worden afgeleid.
21. Ten slotte heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat eiser in bewijsnood verkeert. Daarvoor is namelijk vereist dat hij aantoont dat hij niet in de mogelijkheid verkeert om alsnog authentieke en deugdelijk afgegeven identiteits- en nationaliteitsdocumenten te overleggen. Eiser is daar echter niet in geslaagd. Hierbij verwijst de rechtbank ook naar de rechtspraak van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraak van 25 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2844.
De conclusie en de gevolgen
22. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Het bestreden besluit blijft in stand.
23. Er is om die reden geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 16 juni 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.