ECLI:NL:RBZWB:2026:5157
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Zander
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen; werkgever veroordeeld tot loonbetaling en transitievergoeding
Werknemer trad in mei 2025 in dienst bij werkgever op basis van tijdelijke arbeidsovereenkomsten die in december 2025 rechtsgeldig eindigden. Na ziekmelding in juli 2025 hervatte zij haar werkzaamheden niet meer. Werknemer verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst en toekenning van een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkgever.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst inmiddels van rechtswege was geëindigd en dat ontbinding met terugwerkende kracht niet mogelijk is, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Ook de billijke vergoeding kon niet worden toegekend omdat deze alleen bij ontbinding kan worden toegekend.
Wel werd werkgever veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding, achterstallig loon over de maanden augustus tot en met december 2025, inclusief vakantiebijslag en wettelijke verhogingen. Werkgever had onterecht geweigerd een bedrijfsarts in te schakelen en de arbeidsongeschiktheid van werknemer te erkennen. Daarnaast werd werkgever veroordeeld tot het verstrekken van gecorrigeerde loonstroken en een jaaropgave. Het tegenverzoek van werkgever tot terugvordering van loon en kosten werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding en billijke vergoeding niet-ontvankelijk; werkgever veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, transitievergoeding en wettelijke verhogingen.