Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 2 juni 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
Samenvatting
Feiten en omstandigheden
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- zelfstandig en doelmatig handelen;
- deadlines/productiepieken, soms snel ingrijpen tijdens een machinestoring;
- persoonlijk risico, werken met draaiende machines. Persoonlijk letsel kan worden voorkomen door de veiligheidsnormen en -maatregelen in acht te nemen;
- samenwerken, met afgebakende deeltaak;
- intensief hand- en vingergebruik, met name knijp-/grijpkracht, repeterende handelingen, schroefbewegingen;
- tillen/dragen tot ongeveer 15 kg;
- staan, gedurende de gehele werktijd, enkel afgewisseld met kort lopen;
- werken in ongunstige werkhoudingen, zoals gebogen en/of getordeerd, vooral bij het verhelpen van storingen.
.Dat betekent dat het UWV onverschuldigd een voorschot op de ZW-uitkering over de periode van 25 maart 2024 tot en met 19 mei 2024 heeft verstrekt.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.